De Reuzen en de Dwergen

In Eenrum zijn de dwergen in opmars om de strijd aan te gaan met de woudreuzen.

Je zult misschien denken – die dwergen kunnen het nooit winnen, ze worden verpletterd door het geweld van die reuzen. Maar dat kan nog vies tegenvallen. Deze dwergen laten zich niet van de wijs brengen door direct met een groot offensief te beginnen, nee ze hebben de tijd, ze haasten zich niet. Ontstaan uit diezelfde woudreuzen door toevallige spelingen van de natuur, waardoor ze een compacte dwergachtige groei vertonen, met soms ook nog een bizarre vorm. We hebben het over een plantengroep die al miljoenen jaren onze aarde bewonen. Sommigen onder hen hebben zelfs nog last gehad van de dino’s. Om die reden moesten ze om te overleven wel enorm hoog worden om te voorkomen dat ze door de vraatzucht van de prehistorische planteneters onder hen werden verslonden.

Nadat de windsingels rondom het arboretum het jeugdstadium voorbij waren gegroeid en ze konden beginnen aan hun taak waarvoor ze werden aangeplant namelijk de wind uit het arboretum houden, is de notaris begonnen met zijn passie: het verzamelen en aanplanten van coniferen. Overal in het arboretum zie je ze staan, de woudreuzen uit het prehistorisch verleden van onze aardkloot. Als je vanuit Groningen over de N361 rijdt en de rotonde bij Ranum bent gepasseerd dan zie je naar rechts kijkend over de akkers de torenspits van de kerk van Eenrum boven het Oosterbos uitsteken. Links daarvan vallen, zeker nu in de wintertijd, de hoge groene toppen op van deze coniferen, de woudreuzen, in het arboretum. Op de zuil, waarop het borstbeeld van de notaris staat, is zijn ‘drive’ gebeiteld waarom hij dit levenswerk is begonnen. Wat staat ons die nu verantwoordelijk zijn voor het beheer van het arboretum dan te doen? Juist: ‘verzoamelen van zoveel mogelijk oetzunderlijk oethaims gruin’.

De coniferenverzameling van de notaris is de afgelopen vijftig jaar behoorlijk uitgedund.

Des te meer een reden om de ruimte die ontstaan is na het vergroten van de vijver te voorzien van nieuwe coniferen. Weliswaar niet van die grote woudreuzen, maar dwergvormen van die reuzen. Zo kan er op de beperkte ruimte toch nog een groot sortiment nieuwe coniferen worden aangeplant. Onder deze dwergen zijn echte dwergen, met een jaarlijkse groei van nauwelijks meer dan enkele centimeters en semi-dwergen met een wat robuustere groei, maar beduidend langzamer dan de oorspronkelijke vorm. Zij zullen met heel veel geduld de komende jaren in de nieuwe vier jaargetijdentuin vooral in de winter het gezicht in de tuin gaan bepalen.

De visie van de nieuwe aanplant is, zoals ik als eens eerder heb verteld, om in ieder jaargetij kleur te hebben in het arboretum. Voor de lente heeft de notaris al gezorgd door het aanbrengen van al die rhododendrons, maar niet te vergeten ook zijn aanzet om te investeren in het aankopen van bollen en knollen. Door het toedoen van  Jasper Helmantel, hovenier en oud vrijwilliger van Notoarestoen, is deze plantengroep behoorlijk aangevuld met meerdere soorten en dat is nu in heel het arboretum te zien. Het najaar zal kleur krijgen door de grote vaste plantenborder op de oosthelling van de vijver. Deze is voornamelijk beplant met kruidachtige planten die in de nazomer beginnen met bloeien. Met de zomerbeplanting is een begin gemaakt, maar die is nog lang niet af, daar gaan we het komend jaar mee verder.

Met vaste planten heeft de notaris nauwelijks wat gedaan, is deze keuze dan wel in de geest van de oprichter van het Arboretum? Ik durf het niet te zeggen, misschien moet je het eerder zien als een evolutie van inzichten van een volgende generatie.                                                                                          

Martin Spiljart

     

                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

 

Geplaatst in Wel en wee in de Notoarestoen.